De functionerende verslaafde
En hoe het systeem hem in stand houdt
Je hebt een baan.
Een huis en misschien een gezin.
Je staat op tijd op.
Doet wat er van je verwacht wordt.
En niemand ziet dat jij elke dag iets nodig heeft om het vol te houden.
Een pil om te slapen.
Een pil om op te staan.
Een pil om niet te voelen.
Functionerend verslaafd.
Niet aan drugs in een steeg.
Maar aan middelen die netjes via een loket worden uitgedeeld.
Met een stempel.
Met een bijsluiter.
Met de geruststellende zin:
“Het is onderzocht.”
Wat we normaal zijn gaan vinden
Je voelt je slecht?
Hier is iets tegen.
Je slaapt niet?
Hier is iets voor.
Je piekert?
Hier is iets dat het zachter maakt.
En begrijp me goed:
ik ben niet tegen hulp.
Ik ben tegen verdoven zonder te kijken en het maar klakkeloos medicatie voor te schrijven.
Dat om alleen maar mensen op de been te houden binnen het systeem.
Want wat gebeurt er?
De oorzaak blijft liggen en het gevoel blijft zitten.
Maar je functioneren blijft nét hoog genoeg om niet uit te vallen.
En dat is precies waar het systeem tevreden mee is lijkt zo.
Niet: leef je écht?
Maar: kun je meedraaien?
Stabiliseren in plaats van transformeren
Zorgsystemen zijn ingericht op beheersen.
Op stabiliseren.
Een huisarts heeft weinig tijd. 10 minuten per patiënt.
Wachtlijsten zijn lang, minimaal 3 tot 6 maanden.
Werkgevers willen inzetbaarheid en verzekeraars willen protocollen.
En dus krijgt de functionerende verslaafde precies genoeg om te blijven draaien.
Net genoeg slaap.
Net genoeg demping.
Net genoeg afstand van de pijn.
Maar nooit genoeg om vrij te zijn.
Het verschil tussen functioneren en leven
“Ik red me wel.” of “Het is wel OK zo.”
Dat hoor ik vaak.
Maar jezelf redden
is iets anders dan jezelf voelen.
Verdoven is geen helen en afvlakken is geen vrijheid.
Functioneren is geen leven.
Ik weet hoe het is om aan de andere kant te staan.
Ik geloofde dat ik iets miste en dat er iets niet klopte.
Dat ik “stuk” was.
In het begin voelde de medicatie als een oplossing. De toverbal die mij ruimte gaf in mijn hoofd.
Later voelde ik me vlak en afgesneden van mijn gevoel. Kwetste mensen en het kwam allemaal niet meer binnen.
Ik functioneerde wel, maar ik leefde niet.
Totdat ik het niet langer probeerde te onderdrukken wat er zat, maar het begon aan te kijken.
Niet naar een label wat ik had gekregen.
Maar naar het vervelende gevoel wat mijn lichaam als teken gaf.
Misschien is dit de echte vraag
Wat als je niet stuk bent? Als je lichaam geen foutmelding is, maar een duidelijk signaal?
Dan wil je dat niet gaan verdoven.
Maar wel de aandacht geven die het nodig heeft.
En ja, dat is spannend.
Maar het is ook waar echte verandering begint.
Niet bij het dempen van wat je voelt.
Maar het te willen aan kijken. Want achter dat gevoel zit ruimte.
De ruimte waar je de verandering gaat maken en ervaren dat het anders kan.
Ben jij klaar om die stap te zetten?
Wil je meer weten? Stuur mij dan een bericht via het contactformulier dan kom ik snel bij je erop terug.